Handleiding spuiten (airbrush)
Spuiten met de airbrush
Als u nog nooit met een airbrush heeft gewerkt:
Nee het is niet eng en het is ook niet vreselijk duur!
De airbrush
Op internet is erg veel over spuiten met de airbrush te lezen maar in de praktijk is evenveel overbodig wanneer het gaat om het spuiten van modeltreinen. Een bekend gebruik van de airbrush is het weatheren (verweren) waarbij dunne banen stof en gebruikssporen worden aangebracht. Ook kunnen er heel dunne lijnen mee worden gespoten. Allemaal mooi om te zien maar geheel zinloos voor een trein. Weatheren kan heel makkelijk met de hand, biezen zet je met een trekpen, door afplakken of met transfers. De dunne gespoten biezen zijn nooit 100% strak en dat wilt u op een model wel hebben.
De meeste luxe double-action airbrush spuiten zijn heel fijn om mee te werken maar wij gebruiken niets anders dan de goedkoopste Badger (voorheen ook Revell) airbrusset zoals hieronder afgebeeld...

Wij gebruiken de hierboven afgebeelde airbrush, liever niet de nieuwe versie met beweegbare onderbeker en afwijkende spuitmond. De afgebeelde airbrush geeft een baan van ca 5cm breed, prima geschikt voor modeltreinen waarbij toch per kleur afgeplakt moet worden.
De compressor
Wel hebben we een goede stille compressor in gebruik. Maar voor 1 kleiner model is het zonder problemen mogelijk met een spuitbus lucht te werken. Uw eerste investering van een paar tientjes hoeft dus geen belemmering te zijn voor uw eerste test met de airbrush!

Afgebeeld een paar bruikbare compressoren:
1. De Revell Standard Class. Nadeel is het gebrek aan luchttank zodat de luchtstroom iets kan pulseren. Voor klein eenvoudig werk niet echt een probleem. Bij grotere hoeveelheden spuitwerk is een tank wel fijner want dit geeft over een langere tijd een gelijkmatige luchtdruk.
2. De Revell Masterclass, in principe geheel gelijk als de eerste maar dan met luchttank
3. De Rubenco AS-189A. Ook deze bevat exact dezelfde pomp als de Revell compressoren en heeft een luchttank en vochtafscheider. Dit is het eerdere model dat Revell als Masterclass verkocht, het huidige model heeft de tank naast de pomp en niet eronder. Alle bovenstaande modellen zijn heel erg stil en prima geschikt voor modelbouw. Een compressor van de bouwmarkt (maakt niet uit welke!) maakt vreselijk veel lawaai en heeft bijna nooit een aansluiting voor een modelbouw airbrush. Ze zijn wel goedkoper maar zeker niet geschikter. De Revell compressoren vind u bij vele modelbouw winkels, de goedkopere Rubenco compressoren (ook van het 1e afgebeelde model is een Rubenco versie leverbaar) vind u op www.rubenco.nl
Verf; waar op te letten:
De te gebruiken verf is erg belangrijk voor het resultaat!
Er zijn een paar factoren die in de praktijk erg van belang zijn:
- Dekking: hoeveel lagen zijn nodig voordat het model dekkend is gespoten en hoe dik drogen die lagen op?
- Optrekken in hoeken en randen: erg veel verf heeft als nadeel dat het niet of nauwelijks op scherpe hoeken en randen is aan te brengen. De verf trekt naar zichzelf toe van randen af zoals waterdruppels dat doen. Gevolg is dat er veel verflagen nodig zijn voor een dekkend resultaat. Interieurlak valt hierdoor af want dat heeft hier erg veel last van.
- Droogtijd: Hoe sneller de verf droogt, hoe minder kans op stof. En juist stof is lastig voor gladde (stroomlijn) modellen. Ook is het prettig als verf snel droogt zodat u door kunt werken met uw spuit en niet elk half uur een laagje hoeft aan te brengen. Ook hierdoor valt interieurlak af.
Modelspoorverf:
Er zijn vele merken verkrijgbaar. Een deel is waterverdunbare acryl verf (o.a. Tamiya en Modell Master / Vallejo), een deel is enamel lak (o.a. Revell en de meeste Humbrol). Bijna allemaal zijn ze goed te verdunnen. Het spuiten hiermee gaat erg simpel en de verf droogt vrij snel. Let wel op dat u de lagen genoeg laat drogen tussentijds! Er ontstaat snel de neiging een keer extra over het model te gaan met de spuit omdat veel van deze verf over het algemeen niet erg goed dekt. Meer natte verf helpt daar niet aan en geeft als probleem dat de verf van randen bij profielen en klinknagels weg zal trekken. Veel dunne laagjes werkt dan het beste.
Nadeel van deze verf (met name de waterverdunbare acryl) is de lage dekkingsgraad en kwetsbaarheid. Zonder vernislaag kan de verf snel van scherpere delen slijten zoals klinknagels.
De acryllakken hebben echter als grote voordeel dat ze zeer dun opdrogen, ook bij gebruik van de kwast. Daardoor zijn ze ook geschikt zijn om materieel met de hand te schilderen. Het gaat dan met name om wagons enz. die geen grote egale vlakken hebben. Door de snelle droogtijd zult u daarop sneller aanzetten zien. De enamel lakken zijn voor grote vlakken nog veel minder geschikt voor de kwast omdat ze wat minder dun opdrogen.
Daarnaast is een acrylverf steeds mat na drogen, in tegenstelling tot de Enamell verven. Een zijdeglans vernis lost dit eenvoudig op en beschermt de verflaag beter.
Een bruikbaar alternatief voor de relatief dure modelspoor potjes zijn de grotere kunststof potten met acrylverf. Er zijn vele soorten bij knutselwinkels verkrijgbaar, de wat duurdere versies dekken veelal beter (Action / Hema enz. dekken vrij slecht). Let vooral op dat deze verf na drogen anders zal kleuren dan bij het mengen. Eerst goed testen op een plankje dus! Als u een wat grotere hoeveelheid mengt kunt u deze lang goed bewaren zodat u meerdere modellen in dezelfde kleur kunt spuiten.
Interieurlak:
Maakt niet uit welk merk: bij voorkeur niet gebruiken. Trekt op in randen en droogt erg langzaam. De prijs is vrij gunstig maar de nadelen wegen er niet tegen op.
Er zijn heel veel soorten interieurlak verkrijgbaar, tegenwoordig vrijwel alle ook op waterbasis. Deze heeft als voordeel dat deze niet zo schadelijk is. De dekking is redelijk maar de verf trekt vrijwel zonder uitzondering op bij hoeken en randen. De droogtijd is meestal het lang met vaak stofjes in de lak tot gevolg.
Autolak:
Er zijn twee soorten: twee componenten en één component verf. De eerstgenoemde is een heel stuk harder na droging maar heeft als nadeel dat een redelijke hoeveelheid moet worden aangemaakt om voldoende harding te krijgen. Ook zal de verf in uw airbrush verharden zodat snel en goed schoonmaken nodig is. In de praktijk een veel te lastige verf voor modelspoor doelen.
De één component verf is wel bruikbaar, dekt snel, droogt snel en trekt meestal niet op. Toch is er nog verschil in soort en uiteindelijke verwerkbaarheid. Vooral het wegtrekken in randen kan wat lastig zijn. Een ander nadeel is de prijs, deze verf is relatief duur maar ook weer niet duurder dan de potjes modelspoorverf.
Nitro celluloselak (o.a. de lak uit ons assortiment):
Dit is een soort eencomponent autolak die extreem snel droogt en tegenwoordig bijzonder moeilijk verkrijgbaar is door het hoge gehalte giftige stoffen. Verdunning kan ook alleen met thinner en dat is meteen het grootste nadeel: de verf is dus vrij giftig om mee te werken! U heeft echt een afzuigkap boven uw werkplek nodig in combinatie met een goed halfgelaat spuitmasker (zie bv. 3M 4351)! Er gaat veel verdunner bij de verf om deze voor modelspoor doelen geschikt te maken, soms evenveel als u aan verf gebruikt. En deze verdunner verdampt bij het spuiten.... Spuiten in de zomer in de buitenlucht is het meest ideaal maar niet voor iedereen haalbaar.
Degene die deze verf hebben geprobeerd zijn vrijwel altijd zeer tevreden met het resultaat wat uit reacties op beurzen blijkt. De verf is in twee a drie minuten droog, trekt helemaal niet op bij randen en dekt uitstekend. De glansgraad is zijdeglans tot mat direct na het spuiten als gevolg van de snelle droogtijd. Daardoor oogt het model direct na het spuiten niet egaal. Maar na het aanbrengen van een vernislaag is deze lak wel perfect egaal van kleur en glans. Ook is de verf heel erg slijtvast en overschilderbaar met Revell en Humbroll verf. Deze laatste kunt u gebruiken voor details zoals handgrepen enz. Als er dan iets niet goed lukt kunt u de humbrol verf makkelijk wegpoetsen met een wattenstaafje wasbenzine zonder dat de onderliggende laklaag direct wordt aangetast.
Het spuiten met de airbrush met onze nitro-cellulose lak:
De verf dient voor een airbrush vrijwel altijd verdund te worden (op enkele vooraf verdunde acyl airbrush verven na). De verf moet behoorlijk dun zijn: Als u er een cocktailprikker in houd en eruit haalt hoort de verf eraf te druppelen. Er moeten geen druppels aan blijven hangen. Voor veel soorten verf is dat eigenlijk te dun in vergelijking met wat de fabrikant had bedoeld omdat men van kwast gebruik uitgaat. Het gevolg is soms wegtrekken op hoeken en randen...
Als u spuit mogen er geen spetters vanaf komen. Dan is de verf nog te dik of de luchtregeling staat niet goed. Bij de simpele Revell set draait u het pennetje voor de luchtopening wat omhoog of omlaag om dit te testen. Uiteindelijk behoort u een baan te krijgen die egaal van dekking is. Als dit nieuw is voor u: neem de tijd en test op wat plankjes of stukken kunststof. Niet op papier, de absorbtie daarvan vertekend het resultaat... (wel geschikt om snel kleuren te testen).
Met onze lak verdund u deze met ongeveer evenveel thinner als verf. De verdunning kan per kleur afwijken! Dat heeft met de pigmenten te maken en is niet te voorkomen. Begin met niet meer dan 1/3 thinner toevoegen.
Let op: geen "ecothinner" gebruiken van de meeste bouwmarkten, deze lost de verf niet voldoende op doordat er minder oplosmiddel in zit...
Bij het spuiten van een model spuit u eerst het model in de kleur van de bak (of biezen) en na afplakken pas het dak. Onderstellen zijn bijna altijd los te spuiten.
Houd er rekening mee dat lichte kleuren op een donkere of lichte ondergrond een verschillend resultaat kunnen geven. Met name wit, geel en rood zijn hier gevoelig voor. U spuit deze kleuren dan ook vaak als eerste, direct op een witte (of lichtgrijze) primer en niet op een donkere onderlaag.
Begin bij het spuiten altijd NAAST het model waarna u in één keer gelijkmatig over het model gaat, wederom tot naast het model. Hierdoor voorkomt u spetters. De spuit houd u op maximaal 15cm afstand. Dat lijkt dichtbij maar u heeft kans dat de verf anders al deels is gedroogd voordat het op het model komt... Gevolg is slecht vastzittende verf en laklagen die helemaal niet willen vloeien.
Begin steeds aan dezelfde zijde en ga in banen over uw model. Met de Revell airbrush spuit u een baan van ca 5cm breed waarbij 3 a 4cm daarvan nat is op het model. Is dat niet zo dan beweegt u te snel of komt er te weinig verf mee. Als de natte baan breder is kan het zijn dat u te langzaam gaat met als gevolg teveel verf... Beter te dun / snel dan te langzaam!
De tweede baan spuit u zo dat het natte stuk van 3 a 4 cm breed tegen het eerdere natte stuk komt, net zo lang tot u het hele model heeft gehad. De natte stukken zullen glanzender opdrogen dan de wat matte stukken. Bij een tweede spuitgang kunt u de natte stukken iets meer in elkaar laten overlopen maar doe dit niet om een egale glans te krijgen! Alleen om een egale dekking te krijgen!
De verf is met twee a drie minuten (soms nog veel sneller) al stofdroog en kan dan overgespoten worden. U moet er vanuit gaan dat u de eerste laag NIET dekkend spuit! Er blijven altijd wel plekjes over die minder goed dekken. Houd het model voor u de tweede laag aanbrengt goed in het licht, draai het rond en kijk waar u eventueel iets gemist heeft. Let erop dat u deze bij een tweede gang zeker raakt of spuit deze delen eerst (steeds in baantjes en naast het model beginnen tot over het model).
Oefen dit alles eerst op een oud model uit de rommeldoos als u geen / weinig ervaring heeft!!! Ook dit model eerst goed ontvetten en van primer voorzien...
Wat kan er fout gaan:
- Vlekjes / kringen zonder verf: Niet goed ontvet: Dit zijn plekjes met olie of siliconen. Sommige kunststoffen bevatten siliconen en zijn heel lastig schoon te krijgen, een speciale kunststof primer kan dan noodzakelijk zijn. Met de meeste modelspoorverf is zo'n plekje met de hand bij te werken. Andere oplossing: na het volledig doorharden van de verf (minstens een dag laten liggen!) het plekje schoonpoetsen met terpentine en er weer overheen spuiten. Als er geen grondverf (meer) opzit: eerst een klein beetje grondverf erop spuiten, na drogen alles nogmaals spuiten.
Na het aanbrengen van de primer kunt u het model al eerst goed controleren of alle plekjes primer bevatten. Het kringetje is vrijwel zeker ook al in de grondlaag aanwezig geweest... - Matte en glanzende stukken door elkaar: vooral met autolakken en onze nitrolak komt dit veel voor. De matte delen hebben bij het spuiten minder verf gekregen die daardoor niet kon gaan vloeien met de miniscule druppels ernaast. Het glanzende deel heeft wel gevloeid. Sommige spuiten kunnen dit wat voorkomen door een nauwkeurigere spuitbaan met gelijkmatigere hoeveelheid verf. Een probleem is het echter niet. Na het spuiten kunt u een zijdeglans laag vernis aanbrengen waarmee deze lak helemaal egaal op zal drogen.
- Geheel matte laklaag: voor acrylverven niet te voorkomen, deze verf glanst niet. Vernis lost dit op.
Als het gebeurd bij onze lakverf is het waarschijnlijk zo dat de laklagen te dun waren en helemaal nergens zijn gaan vloeien. Te snel over het model gaan, teveel lucht of te weinig verf afgeregeld zijn bekende oorzaken. Allemaal eenvoudig op te lossen en eigenlijk al te voorkomen bij het begin: het spuiten op een proefplankje. - Optrekken op randen, geen dekkende dunne delen en klinknagels: Oorzaak is de verf. Deze is teveel verdund en gaat dan capilair werken. Dit werkt als bij een plantenspuit waarbij de neveldruppels samentrekken. Sneller drogende verf heeft hier veel minder last van.
- Opvreten van de onderlaag: De primer was niet geschikt voor de laag verf die erop kwam. Test dit altijd eerst voordat u primer of verf aanbrengt! Voor acryl en de meeste modelspoorverf is bijna iedere primer geschikt. Voor onze en andere autolakken is dat niet zo!! Veel hobby primer wordt aangetast door de grote hoeveelheid oplosmiddelen in de lak.
Ook een te dikke primer laag heeft kans om op te kreukelen. De genoemde Alabastine spuitplamuur dient u daarom ook niet te dik aan te brengen. Twee componenten primer of een etchprimer (voor messing modellen) zal nooit oplossen maar is zoals aangegeven, lastig met aanbrengen. - Sinasappel huid: Teveel verf en soms te kort drogen van eerdere lagen. Komt met name voor bij interieurlakken, zelden bij de nitrolakken en praktisch nooit bij acryl lakken.
Opschriften:
Na het drogen brengt u de opschriften aan en kunt u kleine details afschilderen. Dit gaat vaak het beste met de Enamel verf van Humbroll en Revell.
Biezen spuiten:
Als uw model o.a. biezen heeft (b.v. rode banden bij stroomlijn treinstellen) die niet als transfer zijn bijgeleverd dan is het raadzaam eerst de kleur van de biezen te spuiten. Daarna plakt u de biezen af met dunne tape van bijvoorbeeld www.jammydog.com (zeer goede dunne afplaktape!). Deze tape is ook bij ons verkrijgbaar (zie gereedschappen).
Houd de tape aan beide einden vast en iets onder spanning en brengt deze langzaam naar het model. Zet eerst 1 zijde vast en daarna de andere naar het model brengen. Druk dan door zachtjes aantikken de tussenliggende tape vast. Oefening baart hierbij zeker kunst...!
Een andere optie is het gebruik maken van een trekpen en de biezen naderhand aanbrengen, zie daarvoor deze pagina.
Als laatste kunt u het model voorzien van een vernislaag (zie menu).